Details
Hoe verhouden Nederlandstaligen in België zich tot ‘hun’ dialect? Gaat dat dialect als sociale werkelijkheid vooruit of achteruit? Of zijn de herleving van het dialect en de achteruitgang ervan twee samenlopende sporen, die erop wijzen dat de vraag naar de taalontwikkeling in Vlaanderen anders gesteld moet worden? Joris Van Ouytsel heeft deze vragen op een vlekkeloze wijze beantwoord in zijn meesterschapsproeve, die uitmondde in dit boek.
De auteur neemt ons mee op zijn zoektocht. Hij staat stil bij de recente geschiedenis van de taal in de zuidelijke Nederlanden, hij bekijkt de standpunten over de huidige ontwikkeling zoals die bij taalgeleerden te vinden zijn en toont hoe belangrijk de interactie tussen taal en maatschappij is. De positie van vrouwen en mannen, de toegenomen mobiliteit, de industrialisering, de verstedelijking, het hoger opleidingsniveau, de wereld van de media, vooral dan van radio en televisie, en de recentere communicatiemiddelen, het zijn gegevens die inwerken op de taal en omgekeerd.
Op de taalas waarop het dialect, de tussentaal en het Standaardnederlands staan, is het dialect wellicht niet meer de meest heikele kwestie. Het betekent niet dat over de perceptie van het Nederlands en van het taalgebruik in het Zuiden niet meer nagedacht moet worden. Het houdt eerder verband met de opkomst van de tussentaal. Het onderzoek dat Joris Van Ouytsel onder jongeren in een Antwerpse provinciestad uitvoerde, bevestigt dat een meerderheid de tussentaal als communicatievorm meer genegen is dan het dialect en dan het Standaardnederlands. Wat betekent dit voor de toekomst van het Nederlands? De vraag wordt niet ontlopen.
Joris Van Ouytsel (Lier, 1989) behaalde de graad van master taal- en letterkunde Nederlands aan de Universiteit Antwerpen in 2011 met de grootste onderscheiding.
Aanvullende Informatie
| Ondertitel | Nee |
|---|---|
| Auteur/Red. | Van Ouytsel Joris |
| ISBN | 9789038219776 |
| NUR | 616 - Taalkunde |
| Pagina's | 172 |
| Editie | Nee |
| Jaar | 2012 |

